Taalcafé voor nieuwe Nederlanders in de Muiderkerk

Wat een raar woord eigenlijk: geslaagd’

Met toestemming overgenomen uit Kerk in Mokum, september 2018

monument2

Het kralenmonument op het Wensplein voor Vrede

diaconielogoVoor je de nevenruimten van de Muiderkerk aan de Linnaeusstraat binnengaat, stuit je op het Wensplein voor de vrede op een kunstwerk met allerlei wensen, letterlijk opgeschreven door buurtbewoners uit Amsterdam-Oost. Het heeft de vorm van een collier met juwelen. Op de een of andere manier neem je dit ‘beeld’ mee naar binnen en blijft het je bij tijdens een van de wekelijkse bijeenkomsten van het Taalcafé. En vergezelt het je, wanneer je na twee uur weer op straat staat en naar huis gaat. Waarom?

Voor we binnengaan, eerst wat achtergrondinformatie. Janine Otto, docent Nederlands voor anderstaligen en een van de zeven vrijwilligers die betrokken is bij de Muiderkerk en het café van deze morgen zal leiden, licht toe. ‘Het taalcafé bestaat sinds april 2016. We zien het als een mogelijkheid om te oefenen met de Nederlandse taal en om van elkaars cultuur te leren. Op dit moment hebben we bezoekers uit Egypte, Syrië, Eritrea, Turkije, Hongarije en Gambia. We willen graag een aanvulling vormen op het reguliere taalonderwijs. Per keer hebben we vier tot zes bezoekers. We proberen aan te sluiten bij de methodes die Taal&Coast op Maat gebruikt. Op dit moment gebruiken we de methode TaalSterk B1 als leidraad. De gemeente verwijst statushouders naar ons, wij verwijzen naar de taalschool die in de Muiderkerk actief is of naar BOOST, waar elke dag een taalcafé is.’

Nieuwe Nederlanders

We zijn binnen en worden hartelijk ontvangen door Leo Hagedoorn, tot vorig jaar een van de vrijwilligers bij het taalcafé en nu actief als buddy van vier statushouders en een migrant. Hij helpt ze de weg te vinden in het vaak bureaucratische Nederland, zoekt contact met bijvoorbeeld een migratie-advocaat voor advies en spreekt ze regelmatig om te horen hoe het met ze gaat. Bovendien gaat hij een keer per maand samen met ze uit, bijvoorbeeld naar het Amsterdam Museum, het Rijksmuseum of de Keukenhof. Spreekt Janine Otto van ‘bezoekers’, hij spreekt nadrukkelijk van ‘Nieuwe Nederlanders’. Hij voegt bij wijze van spreken weer een juweel aan het collier toe, want terloops, en pas tegen het eind van ons gesprek, vertelt hij dat hij als Nederlander in Rome heeft gewerkt en gewoond. Hij bezocht daar de Waldenzerkerk en heeft ervaren hoe waardevol het is als je als buitenlander in een land waar je de taal niet verstaat, wordt opgevangen door een kerkgemeenschap. Daarom loopt hij nu rond met het idee van een nagesprek na de zondagse kerkdienst, waar kan worden gepraat over zaken als: wat heb je opgepikt en wat zijn vreemde woorden voor je (zegen, diaconie). ‘En’, zegt hij, ‘dan hoor je ook hun verhaal.’

Bezoekers

Dat is dus het onderliggende snoer dat de juwelen, de Nederlanders en de nieuwe Nederlanders, bij elkaar houdt: luisteren naar elkaars verhaal en daarover in gesprek gaan. Spelenderwijs wordt zo van alles en nog wat geleerd. Het taalcafé begint ook met een spel: een woordenspel. Dit keer rond het thema School en Werk. Op een strookje papier heeft Otto een woord geschreven, dat deze keer vier deelnemers en vijf vrijwilligers om de beurt mogen omschrijven. De rest mag het woord raden. En passant wordt er iets bij verteld: over zaken als de WW, de bijstand, enzovoort. Een Nederlander merkt op: ‘Wat een raar woord eigenlijk: geslaagd. Lijkt wel of het iets met slaan te maken heeft.’ En verwarrend eigenlijk: CV (curriculum vitae) en cv (centrale verwarming).

Gesprekken

Na het taalspel gaat elke deelnemer samen met een vrijwilliger naar een andere ruimte. Ze krijgen gespreksvragen mee over het thema, zoals: ‘Wat vind je ervan dat sommige mensen na hun middelbare school een jaar naar het buitenland gaan?’ Maar lang niet elk groepje volgt deze vragen op de voet. Aan de orde komen ook onderwerpen als een vaarwelceremonie na het eindexamen in een land van herkomst, de brand in de Muiderkerk (1989) - alleen de toren rest nog -, die een bezoeker tot tranen toe ontroerde, reizen die een van de bezoekers heeft gemaakt, en het verschil tussen tante en oudtante, wat iets anders is dan een oude tante…

Complimenten gaan over tafel: ‘U bent een engel!’, ‘Petje af!’, ‘U bent een echte doorzetter!’ En terecht. Een nieuwe deelnemer die tijdens het taalspel weinig zei, bloeit bijvoorbeeld op tijdens een 1:1 gesprek. Ook zij krijgt een complimentje. Anderen horen dat ze nog wat moeten werken aan ‘puntjes op de i’, zoals het juiste accent op een bepaalde lettergreep of aan hun uitspraak. Na nog wat napraten op de gang gaat iedereen weer zijn eigen weg. ‘Tot volgende week!’